Jaarstukken 2018

Financiering

Treasurybeleid gaat over het beheer van het geld van de gemeente in relatie tot de financiële markten. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verwachte uitkomsten van het voorgenomen treasurybeleid. Het beleid is vastgelegd in de Uitvoeringsregels Treasury 2018.

Algemeen
In het jaar 2018 bleven de rentes nog steeds laag. De 10 jaars staatsrente is in dit jaar licht gedaald van 0,51% naar 0,39%. Ook de korte rente bleef laag in 2018. De zogenaamde driemaands Euribor rente schommelde rond -0,32% en bleef dus negatief.
Belangrijke oorzaak van de met name lage korte rente vormt nog steeds het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB hield in 2018 de herfinancieringsrente op 0% en de depositorente op -0,4%.
Banken zetten hun tijdelijk liquiditeitsoverschot verplicht weg bij de ECB tegen dit laatste tarief. Dit tarief is van invloed op kortgeldtarieven waartegen gemeenten kas- en daggeldleningen aantrekken. Ook dit tarief is negatief.

Financieringsresultaat
Op basis van het veranderde Besluit Begroting en verantwoording is de interne rentetoerekening drastisch gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Het te hanteren rente omslagpercentage moet gebaseerd zijn op de werkelijke rentelasten. De nieuwe voorschriften hebben ertoe geleid, dat het renteomslagpercentage op 0% is berekend.  
Ten opzichte van de begroting is een voordeel ontstaan van ruim € 1,6 miljoen ten opzichte van de tussenrapportage werd nog een voordeel gerealiseerd van ruim € 1,5 miljoen. Voornaamste oorzaak is het effect van de uitwerking van de herberekening van de omslagrente op basis van het vernieuwde Besluit Begroting en Verantwoording. Hierdoor resteerde in 2018 een voordeel van bijna € 1,4 miljoen. Daarnaast ontstond nog een voordeel van € 0,1 miljoen, omdat geen nieuwe langlopende leningen zijn opgenomen in 2018. Ook is een voordeel gerealiseerd van € 0,06 miljoen doordat tegen een negatieve rente kasgeldleningen zijn opgenomen.

Renterisicobeheer
Het Rijk heeft regels opgesteld over hoe gemeenten en provincies hun geld en kapitaal beheren. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Hoeveel geld we als gemeente mogen lenen is afhankelijk van de hoogte van de begroting. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld we mogen lenen met een looptijd van maximaal 1 jaar. De kasgeldlimiet is niet overschreden in 2018.

De renterisiconorm is gerelateerd aan het budgettaire risico en heeft als doel het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.  

(x € 1 miljoen)

Begroting
2018

Jaarrekening
2018

Renteherzieningen

-

-

Aflossingen

4,2

5,2

Renterisico

4,2

5,2

Begrotingstotaal

859,5

859,5

Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal)

171,9

171,9

Ruimte onder renterisiconorm

167,7

166,7

Kasgeldlimiet (8,5% van begrotingstotaal)

73,1

73,1

Kredietrisicobeheer
Opgenomen langlopende leningen.
In 2018 zijn geen langlopende leningen opgenomen. De liquiditeitsontwikkeling gaf hiertoe nog geen aanleiding. De gemeentelijke uitgaven konden met kortlopende leningen gefinancierd worden, hetgeen de goedkoopste financieringsvorm was door de negatieve rente.

Uitgezette langlopende leningen.
Aan de wijkontwikkelingsmaatschappij Tilburg De werkplaats is een bedrag van € 0,2 miljoen verstrekt als onderdeel van een lening arrangement.

Renteomslagpercentage
Vanaf de begroting 2018 moeten de richtlijnen uit de Notitie rente (Commissie BBV) worden toegepast. Conform de aanbeveling van de Commissie BBV rekenen wij met ingang van 2018 geen rente meer toe aan het eigen vermogen. Het te hanteren renteomslagpercentage wordt voortaan gebaseerd op de werkelijke rentelasten. De berekening hiervan ziet er als volgt uit:

Renteschema

(x € 1 miljoen)

Begroting
2018

Jaarrekening
2018

A 1.    Externe rentelasten over korte en lange financiering

1,64

1,38

A 2.    Provisie/handlingkosten

0,03

0,01

B.   Externe rentebaten

-3,54

-3,55

  Saldo rentelasten en rentebaten

-1,87

-2,16

C 1.   Rente doorberekend aan grondexploitatie

-0,34

-0,17

C 2.   Rentelasten projectfinanciering

0,56

0,56

C 3.   Rentebaten projectfinanciering

-0,56

-0,56

  Toe te rekenen externe rente

-2,21

-2,33

D 1.   Rente eigen vermogen

0,00

0,00

D 2.   Rente voorzieningen

0,00

0,00

  Totaal toe te rekenen rente

-2,21

-2,33

E.   Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

0,00

0,00

F.   Renteresultaat op taakveld Treasury

-2,21

-2,33

  Boekwaarde vaste activa (excl. aan derden verstrekte leningen)

934,6

858,3

  Berekend renteomslagpercentage

- 0,24%

- 0,27%

  Gehanteerd renteomslagpercentage

0,00%

0,00%

Kerngegevens

(x € 1 miljoen)

Opgenomen

Uitzettingen

Stand 1 januari 2018

68,8

32,4

Stand 31 december 2018

63,6

32,1

Totaal aflossingen

5,2

0,3

Gemiddelde rente

2,26%

4,68%

Gemiddelde restant looptijd

4,7

10,5

Laagste rente

1,48%

0%

Hoogste rente

3,79%

7,2%

Beleggingen
Nieuwe beleggingen zijn er niet geweest in 2018. Momenteel is er slechts één echte belegging. In 2000 is een deel van de opbrengst van de verkoop bouwfondsaandelen belegd in een garantieproduct van de ING waarbij op de totaal ingelegde som een hoofdsomgarantie is afgegeven (Fido-proof). Hiervan is een deel gestort in het ING Duurzaam Rendementsfonds als belegging (71.566 aandelen met aankoopkoers € 23,25). De looptijd is 21 jaar (einddatum 4-1-2021) en tussentijdse verkoop is niet mogelijk gelet op de vereiste cashflows om onze begroting sluitend te houden. Op 31 december 2018 was de koers € 30,52. Het totaal aantal aandelen, inclusief in voorgaande jaren ontvangen aandelen als dividend, bedraagt eind 2018 78.470,88 aandelen. De waarde hiervan bedraagt op 31 december ruim € 2,7 miljoen.

Schatkistbankieren
De Wet Verplicht Schatkistbankieren legt de verplichting op om overschotten aan liquide middelen boven een drempelbedrag af te storten in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Op basis van het begrotingstotaal 2018 bedraagt het drempelbedrag voor 2018 € 4,5 miljoen. Dit drempelbedrag is in 2018 niet overschreden. In de toelichting op de balans in deze jaarstukken is de verplichte toelichting op de drempel en de benutting daarvan opgenomen.

Liquiditeitsontwikkeling
Op 1 januari 2018 was er een liquiditeitstekort van circa € 4,9 miljoen. Gedurende het jaar is het liquiditeitstekort steeds verder opgelopen tot € 77,1 miljoen eind 2018. Dit tekort is steeds gefinancierd door het aantrekken van kasgeldleningen tegen negatieve rente. Belangrijkste oorzaak van het oplopend tekort zijn de investeringsuitgaven en de tekorten op de jeugdzorg. Ten opzichte van 2017 waren de opbrengsten uit grondverkopen lager.

In onderstaande grafiek staat het werkelijk liquiditeitsverloop in 2018 ten opzichte van de prognose.